Afgelopen week was het buiten 36 graden. Een temperatuur waarbij veel mensen automatisch denken aan airconditioning. Wij deden iets anders. We vertrouwden op een monument.
Dat klinkt misschien vreemd, maar juist in een monumentaal gebouw ontdek je soms opnieuw de wijsheid van vroeger.
De Eenhoorn als proefopstelling
Ons kantoor, De Eenhoorn in Zaltbommel, is een monumentaal pand met dikke massieve muren en een groot warmte-accumulerend vermogen. Vanuit Huis van Maslow onderzoeken we al langer hoe historische gebouwen comfortabel én duurzaam kunnen functioneren zonder hun karakter geweld aan te doen.
Daarom installeerden we een Brink Flair 400 WTW-installatie in combinatie met een HomEvap verdampingskoeler, ook te gebruiken in middelgrote woningen. Geen airconditioning, maar een systeem dat gebruikmaakt van water, ventilatie en natuurkundige principes.
Ik besloot de installatie niet alleen te ervaren, maar ook te meten.
Meten in plaats van geloven
Tijdens de warmste dagen noteerde ik voortdurend:
- buitentemperatuur;
- temperatuur van de aangezogen buitenlucht;
- temperatuur van de lucht die de woning binnenkwam;
- binnentemperatuur.
De cijfers verrasten mij.
Bij een buitentemperatuur van 36 °C werd de ventilatielucht teruggebracht naar ongeveer 26 °C.
Nog belangrijker was wat er in het gebouw gebeurde.
De binnentemperatuur bleef vrijwel de hele dag rond de 24 °C.
Niet omdat er een compressor stond te loeien, maar omdat het gebouw zelf meewerkte.
Het gebouw als thermische batterij
Veel monumenten beschikken over iets wat we de afgelopen decennia soms zijn vergeten te waarderen: massa.
Dikke muren, zware vloeren en eeuwenoude constructies slaan warmte én koelte op.
Wanneer je zo’n gebouw gedurende de nacht kunt regenereren met koelere lucht en je overdag voorkomt dat hete lucht naar binnen komt, ontstaat een bijzonder effect.
Het gebouw wordt zelf een thermische batterij.
De techniek hoeft dan niet voortdurend tegen de natuur te vechten, maar werkt ermee samen.
Comfort is meer dan temperatuur
Wat mij misschien nog wel het meest opviel, was niet de thermometer.
Het was het gevoel.
Alle drie de verdiepingen voelden aangenaam.
Bezoekers merkten op dat het verrassend koel was.
Er was geen tocht, geen koude luchtstroom, geen ronkende buitenunit.
Gewoon een prettig binnenklimaat.
En uiteindelijk is dát waar klimaatinstallaties voor bedoeld zijn.
Een andere manier van denken
In de bouw praten we vaak over installaties alsof zij het hele probleem moeten oplossen.
Misschien moeten we de vraag anders stellen.
Niet:
“Hoe groot moet de airco zijn?”
Maar:
“Hoe kunnen gebouw, installaties en natuurkundige principes elkaar versterken?”
Juist monumenten blijken daar verrassend geschikt voor.
Hun thermische massa is geen beperking, maar een kwaliteit.
Duurzaamheid begint bij samenwerken met het gebouw
Bij Huis van Maslow geloven we dat de toekomst van monumenten niet ligt in steeds meer techniek, maar in slimmere techniek.
Techniek die begrijpt hoe een gebouw werkt.
Techniek die de kwaliteiten van historische gebouwen benut in plaats van compenseert.
De combinatie van warmteterugwinning, verdampingskoeling en de enorme warmtebuffer van een monument liet mij deze zomer zien dat comfort en duurzaamheid uitstekend samen kunnen gaan.
Niet door harder te koelen, maar door slimmer met warmte om te gaan.
Dat is misschien wel de belangrijkste les die De Eenhoorn mij deze zomer heeft geleerd.

